Door alle wereldwijde geopolitieke spanningen en protectionistische maatregelen, met daaroverheen de pandemie, is globaal zaken doen er niet gemakkelijker op geworden. Dan maar local4local gaan produceren lijkt een oplossing, voor reshoring blijken echter maar weinig bedrijven het benodigde lef te hebben. Vooralsnog althans. De Europese politiek broedt op tal van maatregelen om het mondiale speelveld gelijk te houden. Maar uiteindelijk wegen de ontwikkelingen in de markt zwaarder. In 2020 draaide de automotive stroef en de semicon op volle toeren, ongeacht de plannen van welke president dan ook.

 

  • Daadwerkelijk in actie komen doen bedrijven pas als de nood echt aan de man is.
  • ‘Sommige bedrijven zullen zeker besluiten bijvoorbeeld de final assembly naar Oost-Europa of Nederland te halen.’
  • ‘Als wij nu drukregelaars willen betrekken van Amerikaanse leveranciers, dan vraagt de VS-overheid ons in welk product we die verwerken.’
  • ‘Van het beleid van Trump hebben we in onze business niet veel gemerkt.’
  • ‘Door zelf een voorsprong te houden, blijft de rest van de wereld ook afhankelijk van ons’

Scenario’s: voor- en nadelen. Bron: Buck Consultants International, 2020

‘Van Trump hebben we in onze business niet veel gemerkt’

Uit een CBS-enquête blijkt dat in de periode 2014-2016 slechts 1 procent van de bedrijven activiteiten heeft teruggehaald uit het buitenland. Dat percentage is nu niet veel anders, ondanks de pandemie. En ondanks het feit dat de wereldwijde handel de laatste jaren met steeds meer onzekerheden geconfronteerd wordt. Uit onderzoek van de Europese Commissie, gepubliceerd eind 2019, dus vóór de coronacrisis, blijkt dat het aantal protectionistische maatregelen snel stijgt, naar op dat moment 438 handels- en investeringsbarrières in 58 landen; 43 daarvan zijn in 2019 geïntroduceerd. Een record. De top-5 van landen met het hoogste aantal barrières is niet veranderd: China blijft het land met het hoogste aantal (38) geregistreerde belemmeringen die de export- en investeringsmogelijkheden van de EU in de weg staan. Rusland komt op de tweede plaats met 31 belemmeringen, gevolgd door Indonesië (25) en de Verenigde Staten (24). India en Turkije staan met 23 gemelde maatregelen op de vijfde plaats.

Zorg, maar geen actie

Bedrijven reageren over het algemeen net als individuen, weet Johan Beukema, partner bij Buck Consultants International (BCI). Als ze dreigingen zien aankomen, maken ze zich daar wel zorgen over en winnen advies in over hoe risico’s te verkleinen. Maar daadwerkelijk in actie komen doen ook bedrijven pas als de nood echt aan de man is, duidt Beukema het meest gangbare supply-chainmanagementbeleid van industriële bedrijven. ‘Supply chain management staat steeds vaker op de agenda van de directie en wordt niet meer aan inkopers alleen overgelaten. Geconfronteerd met de toeleverproblemen door Covid-19 vragen veel bedrijven ons advies, over wat ze moeten doen om herhaling te voorkomen. Maar daadwerkelijk actie ondernemen, door bijvoorbeeld activiteiten van Azië te verleggen naar Nederland, of een supply chain in te richten vanuit Oost-Europa, dat gebeurt nog maar heel weinig. Veelal komen bedrijven pas in actie als de handelstarieven ineens van 5 naar 25 procent zijn gegaan. En dan is het niet meer mogelijk alle pijn te voorkomen.’

Decentraliseren?

In die situatie is een onderneming het meest zeker van een stabiele toelevering als ze beschikt over een ‘gedecentraliseerde supply chain’, stelt Beukema. ‘De food met al haar nationale merken en haar lage marges die geen hoge transportkosten kunnen gebruiken, is altijd al een sector geweest met korte ketens over korte afstanden.’ Voor de hightech voorziet hij ‘de nodige ontwikkelingen’. Maar of een bedrijf daadwerkelijk stappen gaat ondernemen om zijn supply chain te decentraliseren is helemaal afhankelijk van de specifieke situatie. ‘Heb je in China een grote fabriek staan, met alle schaalvoordelen van dien, gevoed door een grote schare aan lokale, gespecialiseerde toeleveranciers, dan verleg je je activiteiten niet zomaar even naar Europa. Het opbouwen van een toeleverbasis van betrouwbare toeleveranciers is dikwijls een kwestie van jaren. Maar in zijn algemeenheid is het wel verstandig de risico’s te verkleinen door proactief – met oog voor de lange termijn – meer te decentraliseren.’

Kansen voor Nederland

Beukema verwacht voor 2021 dus wel ontwikkelingen in de hightech toeleverketen, maar kan daar niet heel expliciet over zijn. ‘Sommige bedrijven zullen zeker besluiten bijvoorbeeld de final assembly – om hun producten klant- of landspecifiek te maken – naar Oost-Europa of Nederland te halen. Maar vaak spelen ze al geruime tijd met die gedachte – corona geeft alleen dat laatste zetje.’ Of hierin grote kansen liggen voor Nederland is echter de vraag: ‘De toeleverproblemen moeten dan eerst echt heel manifest worden.’ Waarbij hij verwijst naar een studie van RaboResearch van medio 2020. Daaruit blijkt dat met name Amerikaanse bedrijven actief op het gebied van wireless communication equipment, printed circuit assemblies en semiconductors, hun toeleverketens zullen loskoppelen van China. En deels zullen verleggen naar Europa.

‘Heb je in China een grote fabriek staan, dan verleg je je activiteiten niet zomaar even naar Europa’

Hoe dan ook, Beukema gaat er vanuit dat supply chains in veel sectoren komende jaren steeds vaker verlegd zullen gaan worden, en is het eens met de analyse van Richard Bolwijn, directeur Investment Research van de UNCTAD. En dat niet alleen vanwege de politiek met haar handelsbarrières en subsidies, of door crises als Covid-19 en incidenten als tsunami’s en andere effecten van de klimaatverandering. Maar omdat bedrijven beschikken over steeds meer data en de digitale middelen om die data om te zetten in informatie voor het nemen van supply chain-beslissingen.

Digitalisering

CAD-systemen gekoppeld aan PDM en ERP maken het al langer mogelijk al tijdens de engineering te kiezen voor die componenten die, over een lange periode, het meest zeker leverbaar zijn. Beukema: ‘Maar ook de forecast- en planningsystemen worden steeds intelligenter. Ze kunnen steeds beter voorspellen waar zich in de toeleverketen problemen kunnen gaan voordoen en zullen aanleiding geven elders of op meer plaatsen te gaan inkopen.’ Voorts zijn er logistiek dienstverleners die een business zien in het zo goed mogelijk bijhouden van alle, steeds veranderende handelsregels. ‘Mits zij erin slagen hun trade-managementsystemen te blijven voeden met actuele data, kunnen zij zich onderscheiden door het vinden van de meest optimale handelsroutes voor hun klanten zonder inbreuk te maken op lokaal geldende regelgeving.’ Aldus BCI-partner Beukema die onderstreept hoe belangrijk het is dat supply chain-managers nauw samenwerken met de andere functionele gebieden in hun bedrijf. ‘Dat vraagt om toptalent.’

Slimme voorraden

Bronkhorst High-Tech, een mondiaal opererende fabrikant van flowmeters en -regelaars in het lage flowbereik, heeft nog weinig supply chain-problemen gekend, aldus Fergus van Beek. ‘Heel veel van wat wij toegeleverd krijgen, wordt in Nederland gemaakt. Maar ook de toelevering van elektronica is tot nog toe niet problematisch. Wellicht dat onze toeleveranciers wel met logistieke problemen geconfronteerd worden en vergaande maatregelen hebben moeten nemen, maar wij hebben samen met hen slimme voorraden aangelegd en er daarom nog niets van gemerkt.’

‘Wij hebben in Azië het voordeel dat we een Europese fabrikant zijn’, meent Fergus van Beek. Foto: Bronkhorst

De directeur sales & marketing merkt wel dat sommige leveranciers moeite hebben voldoende productiecapaciteit vrij te maken om het tempo van opschaling van Bronkhorst bij te benen. ‘Want wij krijgen de laatste maanden heel veel aanvragen binnen. Deels zal dat komen doordat klanten bepaalde projecten lange tijd hebben stilgezet, omdat ze niet wisten wat de Covid-crisis voor hen zou betekenen en vervolgens hebben besloten toch maar door te zetten. En dan moeten wij ineens heel snel leveren.’

Een tweede, betere verklaring voor die boom komt uit de semicon. Voor de chipindustrie heeft de fabrikant uit Ruurlo een lijn van zogeheten Purge Mass Flow Controllers ontwikkeld, instrumenten die in het chipproductieproces de wafers en de maskers met stikstof schoonhouden. ‘Bestaande systemen verbruiken veel dure zuivere stikstof. Wij hebben inmiddels al een paar duizend instrumenten geleverd en er liggen aanvragen voor nog duizenden stuks meer. Voor een bedrijf met onze schaalgrootte is dat een mooie ramp-up.’

Minder geliefd

Die aanvragen komen steeds meer uit Azië. ‘Wij hebben daar het voordeel dat we een Europese fabrikant zijn. Amerikaanse producten zijn er tegenwoordig een stuk minder geliefd. Daar komt bij dat de klant weet dat wij goede kwaliteit leveren én in staat zijn snel op te schalen. Lokale Aziatische partijen zijn daar veelal minder toe in staat.’ Maar export naar Azië gaat niet allemaal van een leien dakje. Voordat naar bijvoorbeeld China geëxporteerd kan worden, moet eerst een aantal instrumenten naar een keuringsautoriteit worden gestuurd. Vervolgens moet 7 procent aan invoerrechten worden betaald. ‘Dat zijn wel kosten die je ergens in je processen moet zien te compenseren.’

Voorts voorziet Van Beek dat toelevering van Amerikaanse producten naar andere landen steeds verder bemoeilijkt gaat worden door maatregelen van de Amerikaanse overheid. ‘Als wij nu drukregelaars of kleppen willen betrekken van Amerikaanse leveranciers, dan vraagt de VS-overheid ons in welk product we die verwerken en aan welk bedrijf in welk land we leveren. Tot nog toe hebben we steeds geleverd gekregen, ook als we aangaven dat China de eindbestemming was, maar ik proef dat dit een voorbode kan zijn van verdere restricties.’

Uit voorzorg levert Bronkhorst al niet aan ‘bepaalde landen’, ongeacht of daar Amerikaanse onderdelen in zitten of niet. ‘Want we weten dat de VS dat niet apprecieert en dat je dan als bedrijf onder de loep genomen gaat worden.’ Zeker als het om China gaat, zitten achter de Amerikaanse restricties veelal economische motieven, is Van Beeks overtuiging. ‘Om de vrijhandel gaande te houden, zou de Europese Commissie daar meer tegenover moeten stellen. Al heeft de Europese industrie een behoorlijk thuismarkt, ze is ook sterk afhankelijk van de handel met de VS en Azië.’

Trend naar local4local

Tegelijk ontvangt Van Beek uit meerdere markten signalen die wijzen op een trend naar meer local4local, waarbij ketens zich steeds meer per continent organiseren. ‘Zowel in de VS als in China is het overheidsbeleid gericht op het kopen van meer eigen product. China heeft een zonnecelindustrie opgebouwd door Europese technologie te kopen, die te kopiëren en de productie daarvan vervolgens onder te brengen in een Chinees, door de staat gesteund bedrijf. Daar is niet tegenop te concurreren.’ Precies daarom heeft het Zwitserse Meyer Burger, fabrikant van zonnecelproductiemachines en klant van een klant van Bronkhorst, besloten per dit voorjaar zelf zonnecellen te gaan produceren, op twee locaties in Duitsland, voor de Europese markt, weet Fergus van Beek.

Globaal netwerk

AWL-Techniek, ontwikkelaar en producent van logistieke systemen en lasrobots voor met name de automotive, heeft de afgelopen jaren bewust een globaal netwerk van producerende bedrijven opgebouwd. De onderneming heeft, naast de hoofdvestiging in Harderwijk, productielocaties in Tsjechië, Mexico, de VS en China. China hanteert hoge importheffingen, dus dat AWL een vestiging heeft in Wuxi is een uitkomst gebleken. AWL produceert daar voor de Chinese vestigingen van globaal opererende klanten en dan maakt het uit dat de lasrobots geen grenzen over moeten, zo maakt AWL-ceo Brand van ’t Hof duidelijk. In Tsjechië produceert AWL voor de EU-markt, maar ook voor die in bijvoorbeeld Mexico. Het kan gaan om complete systemen of onderdelen die verwerkt worden in grotere systemen die AWL daar in de eigen vestiging produceert. ‘Of je dan importheffingen betaalt, hangt ervan af of het product uiteindelijk bestemd is voor export naar de VS of niet, en of het voor de automotive of een andere branche bedoeld is.’

China hanteert hoge importheffingen, dus dat AWL een vestiging heeft in Wuxi is een uitkomst gebleken, aldus AWL-ceo Brand van ’t Hof. Foto: AWL

Invloed overheid beperkt

De intentie van het Build Back Better Recovery-plan van de nieuwe president Joe Biden is dezelfde als dat van het America-First-programma van zijn voorganger: stimuleren dat Amerikanen Amerikaanse waar kopen. Die is wat duurder, maar het zorgt wel voor meer werkgelegenheid. Van ’t Hof is terughoudend daar commentaar op te leveren, maar maakt wel een relativerende opmerking: ‘Van het beleid van Trump hebben we in onze business niet veel gemerkt. De invloed van een president op het functioneren van de industrie is beperkt.’

Omdat AWL de onderdelen en modulen voor zijn robots niet compleet in de VS kan sourcen, heeft het bedrijf wel met het Amerikaanse handelsbeleid van doen. ‘Maar het maakt nogal uit naar welke Amerikaanse staat je wilt exporteren. Niet-tarifaire handelsregels die betrekking hebben op zaken als veiligheid en milieu, zijn in elke staat anders. Wat dat betreft is de EU meer geharmoniseerd dan de VS. Dan moet je bijvoorbeeld ook meewegen of een staat een zeehaven heeft. In de VS is transport over land duur. Je moet zorgen dat je je prijs op een fair niveau houdt door je processen en producten continu te verbeteren.’

Ondanks die globale footprint van de onderneming was 2020 ‘geen succes’. Maar Van ’t Hof ziet genoeg signalen die hem voor dit jaar een stuk optimistischer maken. ‘De Chinese automotive is vorig jaar extreem gegroeid. Die in Duitsland en de VS groeiden weer in het laatste halfjaar. Ik ga ervanuit dat dat de oem’ers voldoende moed geeft voor het ontwikkelen van nieuwe modellen en voor het investeren in nieuwe productielijnen.’ Dat dat in toenemende mate elektrisch aangedreven modellen zijn, is voor AWL zeker niet ongunstig. ‘Door de accu zijn elektrische auto’s een stuk zwaarder. Dat vergt bijvoorbeeld een nieuwe kreukelzone, een andere veiligheidskooi. Het in elkaar lassen daarvan vraagt nieuwe robots. En andere onderdelen blijven gewoon: we leveren robots voor het lassen van de frames van de stoelen. Ook in de elektrische auto’s gaan de passagiers niet staan.’

Publiek aanbesteden aanpassen

Door de kennis die AWL zo opdoet van de fabricage van elektrische voertuigen is het bedrijf een schakel in de ontwikkeling van een belangrijke technologie voor Europa. ‘We moeten voorkomen dat we als Europa voor belangrijke producten te afhankelijk worden van andere werelddelen. Om redenen van veiligheid en van economie’, aldus Europarlementariër Tom Berendsen. ‘Neem de elektrische bussen die ov-bedrijf Keolis heeft aangeschaft bij het frauderende Chinese BYD waardoor een Europees bedrijf als VDL Bus & Coach achter het net viste. Hier hebben we het wel over een technologie-van-de-toekomst waar de komende jaren heel veel werkgelegenheid uit kan voortkomen.’ Om die te behouden, moet de EU strategisch denken en bijvoorbeeld de procedures voor het publiek aanbesteden aanpassen, aldus de industrie-, mobiliteit- en digitaliseringwoordvoerder van het CDA in het Europees Parlement. ‘Dat goed regelen is wel een uitdaging. Want een open economie als Nederland heeft er ook alle baat bij dat we een open handelsrelatie behouden met de wereld.’

‘Nee, het is geen toeval dat de overeenkomst met China nog nét onder Duits EU-voorzitterschap tot stand is gekomen’, denkt Tom Berendsen. Foto: EP

Belangrijk in dat verband, vindt hij, is transparantie over de overheidssubsidies voor producten. Zijn partij gaat de principe-investeringsovereenkomst met China bestuderen die de Europese Commissie eind december bekendmaakte en die het EU-parlement nog moet bekrachtigen. ‘Nee, het is geen toeval dat deze overeenkomst nog nét onder Duits EU-voorzitterschap tot stand is gekomen. Want centraal erin staan nu de kansen voor de grote Europese industrieën in China. Fijn voor de Duitse automobielsector en ook voor een aantal Nederlandse bedrijven. Maar er is nog niet veel bekend over de voorwaarden waaronder China naar Europa kan exporteren, hoe oneerlijke concurrentie vanuit dat land op onze eigen markt kan worden tegengegaan. Bescherming van het eerlijke speelveld op onze eigen markt opgeven voor de beloften van toegang tot de Chinese markt, kan wel eens naïef blijken te zijn. Zeker gezien de doelstelling van het strategisch plan Made in China 2025.’

Blijven innoveren

Behalve defensieve maatregelen, ter bescherming van de Europese werkgelegenheid en veiligheid, staat Berendsen ook meer offensieve richtlijnen voor. ‘Dat is misschien nog wel het allerbelangrijkste: door zelf te blijven innoveren en een voorsprong te houden blijft de rest van de wereld ook afhankelijk van ons. Zeker technologieën die belang zijn voor het oplossen van grote maatschappelijke vraagstukken als klimaatverandering en digitalisering bieden kansen. Vandaar de initiatieven tot Europese samenwerking op onder meer de terreinen van waterstof- en batterijtechnologie en micro-elektronica.’

Hij is dan ook voorstander van de Important Project of Common European Interest-regeling (IPCEI). Die biedt ruimere mogelijkheden om precompetitieve samenwerking tussen Europese kennisinstellingen en bedrijven en bedrijven onderling van staatssteun te voorzien en die niet te streng langs de mededingingsmeetlat te leggen. Maar hij maakt daar wel een kanttekening bij: ‘Het is goed het ontstaan te bevorderen van ‘een tweede Airbus’, van een grote Europese partij die op wereldschaal kan concurreren. Tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat dat niet leidt tot Europese kampioenen die overige Europese concurrentie wegdrukken. Dat speelt in de kaart van de grote, verticaal sterk geïntegreerde Duitse en Franse bedrijven, maar is nadelig voor het mkb dat onderdeel uitmaakt van de toeleverketens waaruit juist veel van de Nederlandse industrie is opgebouwd. Juist die clusters moeten we alle ruimte geven om te groeien.

’Uitvoering heel complex

Ook steunt de CDA’er het principe van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) dat in juni in werking moet treden. Dat EU-instrument zorgt voor een CO2-belasting op producten van buiten de EU. Om zo valse concurrentie te voorkomen voor de Europese bedrijven die maatregelen moeten nemen om hun CO2-uitstoot te beperken of een CO2-beprijzing moeten betalen. Maar ook bij het CBAM heeft Berendsen zorgen over de uitvoering: ‘Dit instrument is zo ongeveer het enige instrument om onze industrie op wereldniveau concurrerend te houden terwijl we hogere eisen stellen aan de vermindering van CO2-uitstoot. Die uitvoering is heel complex. Want hoe ga je meten hoeveel CO2 er bij de productie is ontstaan en hoe ga je de opgave daarvan aan de grens controleren? Zeker voor producten met onderdelen van verschillende bedrijven uit verschillende landen wordt dat heel lastig. De administratieve uitwerking van het CBAM moet voor het bedrijfsleven geen grote last worden. Op termijn kan digitalisering van processen en de documentatie daarvan soelaas bieden, maar daarvoor is het nu nog te vroeg.’

Bron: Link Magazine, 2021

 

Meer weten over dit item?

Ontvang nieuws van BCI