10 december 2025

Ruimte gevraagd voor verduurzaming bij entree bedrijventerreinen!

De ruimte naast de entree van bedrijventerreinen die aan belangrijke logistieke routes liggen, vormen cruciale hotspotlocaties voor toekomstbestendige voorzieningen. Denk aan duurzame tank- en laadinfra voor logistiek, bezoekers en OV, maar ook truck parking en horeca- en overnachtingvoorzieningen voor chauffeurs en gedeelde ruimte voor gevestigde bedrijven. Door ambities en verplichtingen neemt de behoefte naar zulke locaties richting 2050 sterk toe. Tegelijkertijd is de ruimte op bedrijventerreinen schaars.

Dit is een belangrijke uitkomst van een onderzoek dat Buck Consultants International  uitvoerde in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) naar de ruimtelijke impact van de uitrol van duurzame tank- en laadinfrastructuur. Doel van de studie: een eerste indicatie  krijgen op basis van bestaande onderzoeken en prognoses. Ook was het de vraag of bestaande prognoses al voldoende beeld geven van de kwantitatieve ruimtelijke impact.

Duurzame laad- en tankinfrastructuur is verplicht

In het nationaal Klimaatakkoord (2019), het Schone Lucht Akkoord (2020) en in verschillende Green Deals zoals Green Deal Zero Emissie Stadslogistiek (2019) en Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens (2019) zijn afspraken gemaakt voor reductie van schadelijke emissies in de logistiek. Een voorwaarde voor reductie van emissies is de beschikbaarheid van duurzame laad- en tankinfrastructuur. Om in deze behoefte te voorzien, stelde de Alternative Fuel Infrastructure Regulation -afgekort AFIR- (2023) daarom eisen aan EU-lidstaten voor de realisatie van laad- en tankinfrastructuur. Nederland is dus verplicht om locaties te ontwikkelen voor duurzame laad- en tankinfrastructuur.

Om hoeveel duurzame voer- en vaartuigen gaat het?

Momenteel zijn er in Nederland 1.000.000 bestelwagens en 150.000 vrachtwagens geregistreerd en 5.000 binnenvaartschepen varen onder de Nederlandse vlag. Daarnaast zijn er c.a. 55.000 mobiele bouwwerktuigen. De verwachting is kort gezegd, dat deze aantallen richting 2050 ongeveer gelijk zullen blijven. Ingroei van duurzame energiedragers is nodig om de inzet van al deze voer-, vaar- en werktuigen duurzaam uit te kunnen voeren. Hoe deze ingroei gaat verlopen, daar lopen de scenario’s en perspectieven over uiteen. Hoe dan ook, voldoende laadinfrastructuur zou hier geen belemmerende factor voor moeten zijn, dit geldt ook voor Clean Energy Hubs (CEH) met aanbod van duurzame energiedragers.

Er is behoefte aan meerdere typen laad- en tanklocaties

Op welke locaties elektrische voertuigen elektrisch gaan laden is afhankelijk van het ritpatroon. De standplaats van een voertuig is echter in alle gevallen een belangrijke locatie om te laden. Daarnaast zijn laadpleinen langs logistieke routes belangrijk voor tussentijds laden (van zowel bouw- als wegvervoer), en truckparking zijn van belang voor opladen gedurende de nacht bij internationale ritten.

Clean Energy Hubs  (met synthetische brandstoffen, biobrandstoffen, aardgas (CNG/ LNG) en/ of waterstof) worden altijd gebruikt gedurende de vaar- of rij rit. De vraag naar CEH landt grotendeels op bedrijventerreinen langs vaar- en autowegen en (beperkt) op verzorgingsplaatsen langs de Rijkswegen. Batterijcontainers voor elektrische binnenvaartschepen worden op eenzelfde type locatie aangeboden als de bredere CEH (en is soms ook onderdeel van een CEH). Dit leidt tot de indeling in de onderstaande figuur.

Figuur: Overzicht  van typen  laad- en tanklocaties per doelgroep, BCI 2025

Figuur 1

Hoeveel locaties zijn nodig

Op basis van een combinatie van bestaande prognoses kan nog geen harde kwantitatieve ruimteclaim worden gedaan. Wel komt hieruit het volgende beeld:

  • Publieke laadlocaties waar vrachtwagens terecht kunnen moeten van c.a. 800 laadpunten nu, worden uitgebreid naar 2.500 publieke laadpunten richting 2040.
  • Voor e-bestelwagens zijn c.a. 4.000 publieke laadpunten nodig richting 2030.
  • CEH voor wegtransport moeten richting 2050 van c.a. 80 locaties worden uitgebreid naar c.a. 150 locaties.
  • Voor de binnenvaart zijn er momenteel 3 locaties voor het verwisselen van elektrische batterijcontainers, dit aantal moeten in ieder geval uitgebreid worden richting de 30 en dan voor CEH breed (dus met aanbod van meerdere brandstoffen).
  • Voor de bouw zijn er momenteel een tweetal centrale hotspots voor opladen bekend. In de toekomst zullen vooral in het buitengebied veel bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd. Hiervoor moet gezocht worden naar een combinatie van tijdelijke oplossingen, bestaande publieke laadlocaties op korte afstand en eventueel centrale hotspots. Naast elektrisch materieel wordt er in de bouw ook -zij het nog heel beperkt- gewerkt met waterstof. Verwacht wordt dat er in 2030 5.000 mobiele werktuigen op waterstof werken.

Hoeveel ruimte vraagt een locatie

Voor laadpleinen in combinatie met een CEH voor wegtransport zijn locaties nodig van gemiddeld tussen de 1.000 en 4.000 m2. Dit is namelijk het oppervlak voor 5 opstelplekken (kleine hub) tot 20 opstelplekken (grotere hub).

Waar landt de grootste ruimtelijke claim?

Van de bovenstaande 12 typen  laad- en tanklocaties worden alleen type 1 (publiek laadplein langs de snelweg), type 4 (laden in woonwijken) en type 10 (Clean Energy Hubs langs snelwegen) niet op een bedrijventerrein gerealiseerd. Voor alle andere typen is er een kans dat deze wel gaan landen op bedrijventerreinen. Daarbij gaat de voorkeur uit naar de ruimte nabij de entree van bedrijventerreinen, zodat gebruikers niet over het hele terrein hoeven te rijden.

Op bedrijventerreinen is dus een grote extra ruimtevraag te verwachten. Dit geldt in het bijzonder voor bedrijventerreinen langs belangrijke logistieke routes. De onderstaande hittekaart toont het patroon van concentraties van laadvraag, hierbij zijn extra concentraties te zien in de logistieke regio’s.

Schermafbeelding 2025-12-10 090725

Naar een nationale locatiestrategie

Strategische locaties op logistieke bedrijventerreinen zijn zeer belangrijk voor de transitie naar duurzamere logistiek en bedrijventerreinen. Hier kunnen verschillende functies gecombineerd worden zodat efficiënt met de ruimte wordt omgegaan. Denk aan een combinatie van een laadplein met een CEH, een truck- parking en voorzieningen voor chauffeurs.

De ruimte staat echter flink onder druk in Nederland en strategische locaties zijn vergeven voor we het doorhebben. Daarnaast zijn kavels of ruimte naast de entree beperkt. Een locatiestrategie en sturing op ruimte op terreinen langs logistieke routes is dus essentieel.

BCI heeft vier aanbevelingen voor Rijk, regio en gemeenten:

  • Op nationaal schaalniveau: inventariseer behoefte aan ruimte voor verschillende duurzame voorzieningen (laadpleinen, CEH, truck parking) vanuit verschillende doelgroepen (logistiek, bouw, OV) en leg deze naast elkaar. Consulteer hiervoor ook de marktpartijen.
  • Op regionaal schaalniveau: maak een locatiestrategie waarin op gunstig gelegen bedrijventerreinen slimme combinaties van functies gemaakt kunnen worden. Bekijk of er op die bedrijventerreinen ook nog behoeften zijn aan functies die op de locatie gecombineerd kunnen worden. Denk aan gedeelde vergadervoorzieningen, laadpalen voor bezoekers etc.
  • Op lokaal schaalniveau: stimuleer vervolgens dat er tijdig voldoende ruimte wordt georganiseerd op bedrijventerreinen. Betrek hier ook de markt bij. Verken ook of er op bedrijventerreinen met reeds gevestigde bedrijven samengewerkt kan worden. Er zijn al diverse voorbeelden van logistiek dienstverleners die het laadplein dat ze zelf gebruiken ook, onder voorwaarden, openstellen voor andere bedrijven uit logistiek en bouw.
  • Tot slot: ondersteun de oplossing van netcongestie op de strategische locaties. Hier kan integratie van een energy hub een oplossing bieden.

Voor meer informatie neemt contact op met Marije Groen. 

Gerelateerde contactpersonen
portr-marije-groen-32008
Marije Groen
Principal Consultant