Een groot aantal gemeenten wil koploper zijn in de verduurzaming van de stadslogistiek. Buck Consultants International (BCI) adviseert een groot aantal gemeenten in deze opgave. Hoe word je koploper en vooral, hoe blijf je koploper?

Op basis van de ervaringen en projecten van BCI formuleren we zeven voorwaarden om ‘on track’ te komen en te blijven als het gaat om slimme, schone en duurzame bevoorrading van stadscentra, woonwijken en publiekstrekkers. Het gaat daarbij om o.a. het formuleren van visie en ambitie op minder ritten, het behouden van ruimte voor stadshubs die goederenstromen daadwerkelijk bundelen en laadinfrastructuur.

Stadslogistiek

Koploper worden

1. Ontwikkel visie en toon ambitie

In de komende bestuursperiode kunnen gemeenten met een visie en concrete ambitie op gebied van duurzame stadslogistiek het verschil maken. Veel gemeenten hebben nu in hun mobiliteitsvisie of binnenstadvisie wel elementen opgenomen die inspelen op duurzame stadslogistiek, maar beperken zich vaak tot één of meerdere middelen of gebieden. De Zero Emissie Zone Stadslogistiek is een middel, dat inmiddels 27 gemeenten hebben aangekondigd, maar zo’n zone moet onderdeel zijn van een gedeelde visie en bredere ambitie. De gemeente Rotterdam is hiervan een goed voorbeeld. De gemeente heeft een brede visie op stadslogistiek en richt zich, samen met partners uit de stad, ook op de reductie van het aantal vrachtautoritten en voertuigkilometers. In het Convenant Zero Emissie Stadslogistiek ‘Samen op weg naar nul’ zijn afspraken gemaakt om naast de inzet op emissievrij ook samen te werken om het aantal ritten van en naar de stad te reduceren. Het reductiepercentage verschilt per stadslogistiek segment en kan variëren van een paar procent (bijv. supermarkt) tot ongeveer één derde (bijv. Afbouw) op basis van de maximaal haalbare potentie. Via de community Logistiek010 wordt samenwerking en datadelen tussen bedrijven gefaciliteerd. Een goede stadslogistieke visie en bijbehorende reductieopgave mag dus niet ontbreken de komende bestuursprogramma’s.

Overzicht van (27) steden die de Zero Emissie zone Stadslogistiek gaan invoeren. Opgave klimaatakkoord: 30 tot 40 steden

Zero Emissie zone Stadslogistiek

Bron BCI, 2022

2. Werk uitvoeringsprogramma uit

Invulling geven aan de visie en ambitie kan niet zonder een uitvoeringsprogramma. Dit kan klein beginnen op basis van de knelpunten en kansen in de stad, oftewel adaptief. Maar er moet wél capaciteit voor worden vrijgemaakt. Actielijnen in de uitvoeringsprogramma’s die wij terug zien in de verschillende steden en regio’s concentreren zich op vier uitdagingen, namelijk: het verschonen van de voertuigen; het realiseren en faciliteren van bijbehorende laadinfra; het stimuleren van slimme en duurzame logistieke concepten; en het organiseren en activeren van het netwerk. Een mooi voorbeeld van een programma in wording is het ZES-programma van de Brabantse B4 steden.

Bouwstenen Regionale Agenda Zero Emissie Stadslogistiek, in opdracht van SPES voor gemeenten Breda, Eindhoven, ’s-Hertogenbosch, Tilburg

Agenda Zero Emissie Stadslogistiek

Bron BCI, 2022

Koploper blijven

3. Maak ruimte voor duurzame stadslogistiek

Verduurzaming van de stadslogistiek heeft ruimtelijke impact, bijvoorbeeld voor laadinfrastructuur en stadsdistributiehubs. Om invulling te geven aan het verminderen van het aantal ritten zal bundeling aan de rand van de stad nodig zijn. Deze ruimte is in de G40 steden echter schaars, en als die ruimte er is wordt die ruimte veelal gebruikt voor reguliere (stads)logistiek waarbij géén bundeling plaatsvindt. Het is waarschijnlijk dat gemeenten selectiever moeten omgaan met de beschikbare ruimte en daarvoor een strategie voor moeten ontwikkelen om de juiste functie op de juiste plek te faciliteren. Voor de gemeenten Arnhem, Ede en Rotterdam heeft BCI onlangs de kansen voor bundeling en stadsdistributiehubs en de ruimtelijke impact daarvan in beeld gebracht. Eén van de conclusies is dat BCI verwacht dat de ruimtevraag naar onafhankelijke stadsdistributiehubs tot wel een factor 5-12 zal toenemen naar 2030. Die inschatting sluit aan bij het beeld uit onderzoeken en gesprekken met verladers en transportbedrijven, waaruit blijkt dat ca. 30% nu al aangeeft interesse te hebben om gebruik te maken van de diensten van stadsdistributiehubs.

4. Faciliteer kennisdeling en community-vorming

De transitie naar ZES kan niet alleen vanuit het bedrijfsleven of alleen vanuit de overheden georganiseerd worden. Als onderdeel van de uitvoeringsagenda is het voor koplopers van belang om een netwerk te hebben en te onderhouden met bestuurlijke boegbeelden en trekkers om de komende jaren te blijven werken aan de opgave. In onze visie is ZES niet alleen een opgave, maar ook een kans om een duurzaam concurrentievoordeel te behalen.

5. Draag zorg voor voldoende laadinfrastructuur en emissievrije voertuigen

Om de doelstellingen met betrekking tot emissievrij transport te behalen is een versnelling van infasering van elektrische vracht- en bestelauto’s nodig. Ook moet er voldoende laadinfrastructuur beschikbaar zijn. Activeer en ondersteun het lokale MKB en zelfstandige ondernemers bij investeringen in het wagenpark of laadinfrastructuur. Houd in ruimtelijke plannen en het plaatsingsbeleid voor publieke laadpalen ook rekening met bestelauto’s in woonwijken en zet in op realisatie van clean energy hubs en zware laadinfrastructuur voor vrachtwagens op bedrijventerreinen.

6. Benut ervaringen Duurzame Stadslogistiek voor aanpalende opgaven

Werk vanuit best practices vanuit de (binnenstad) ook aan de verduurzaming van de logistieke ketens op bedrijventerreinen en campussen. Daar horen ook de publiekstrekkers bij. Mooi voorbeeld is Campus Heijendaal in Nijmegen, dat vanuit de bredere visie ‘groene autoluwe campus’ ook maatregelen neemt voor het verduurzamen van het bestel- en vrachtverkeer.

7. Monitor, evalueer en actualiseer

De transitie naar ZES kent nog onzekerheden en afhankelijkheden (bijv. laadinfra). Blijf daarom de ontwikkeling monitoren en evalueer en actualiseer waar nodig.

Duurzame stedelijke distributie vraagt om strategische keuzes die onderling samenhangen. Deze zeven voorwaarden zijn een handvat voor gemeenten om koploper te worden én te blijven. Wij helpen gemeenten graag met deze vraagstukken. Voor meer informatie en/of een (vrijblijvend) gesprek hierover, neem dan contact op met onze experts in duurzame stadslogistiek.

Thema's

Meer weten over dit item?

Ontvang nieuws van BCI