Aan de slag met een Regionaal Energietransitie &  Economievernieuwingsprogramma – RE2P

Plotseling staat de economische impact van de energietransitie vol in de spotlights. Het is niet alleen meer een verhaal van een noodzakelijke, maar geleidelijke verandering, mede door de forse reductie van de Groningse gaswinning. In een tijdbestek van een paar weken werden grotere stappen gezet dan in de jaren hiervoor: het aansluitrecht op gas vervalt voor nieuwbouwwoningen, 200 grootverbruikers van gas, zoals de procesindustrie en de glastuinbouw, kregen van Minister Wiebes te horen dat ze voor 2022 een alternatief moeten ontwikkelen voor het afnemen van Groningengas. De doelen voor volledig energieneutraal zijn aangescherpt. Urgenter dan ooit is nu de vraag wat dit betekent voor de regionale economie.

Het bepalen van de eigen strategie en rol in de energietransitie is voor provincies, regio’s en gemeenten de komende tijd cruciaal. Vanuit het belang van bedrijven en werknemers in de regio, zou daarbij niet alleen de ‘duurzame opgave’ centraal moeten staan, maar ook een economisch handelingsperspectief aansluitend bij het DNA van de regionale economie. De transitie werkt niet alleen door  in het businessmodel van energieproducenten, energieaanbieders en installatiebedrijven, maar dat een veel bredere cirkel van bedrijven, waarvoor energie een belangrijke asset is in de bedrijfsvoering, direct worden geraakt door de economische effecten van de energietransitie. Het gaat naast de energietransitie óók een om een vernieuwing van de economie, waarbij de ontwikkeling van een duurzame energie infrastructuur en economische ontwikkeling elkaar positief zouden kunnen versterken. 

Economisch DNA van de regio

Hoe werkt dit in de praktijk? De regionale energieopgave gericht op energiebesparing, duurzame energieprojecten en nieuwe ‘energie combinaties’ (waarbij bijvoorbeeld de glastuinbouw restwarmte en/of  zuivere CO2 benut van de procesindustrie in havengebieden), wordt gecombineerd met een analyse van het economische DNA van de regio. Hierbij wordt gekeken naar opbouw van de regionale bedrijvigheid afgezet tegen kansen en bedreigingen die voortkomen uit de energietransitie. Dit levert een scherp beeld op van drie verschillende typen bedrijvigheid:

  • Bedrijven die (duurzame) energie als kernactiviteit hebben (energieproducenten, netwerkbedrijven, installatiebedrijven etc.);
  • Bedrijven waar energie een belangrijke asset is voor de bedrijfsvoering (denk aan proceschemie, datacenters, maar ook glastuinbouw en logistiek);
  • En tot slot bedrijvigheid die alleen indirect een link heeft met het gebruik van energie (bijvoorbeeld zakelijke dienstverlening).

Uit analyses van Buck Consultants in opdracht van de provincie Noord-Holland en verschillende pilotregio’s van de VNG, blijkt dat de eerste twee typen bedrijvigheid, met de grootste economische impact vanuit de energietransitie, een substantieel aandeel in de regionale economie hebben. In Noord-Holland gaat het bijvoorbeeld om ca. 20 procent van alle bedrijven en werkgelegenheid in de provincie.

Handelingsperspectief voor sectoren en clusters

Met een doorvertaling van dit regionaal economisch DNA naar specifieke sectoren en clusters is  een concreet handelingsperspectief te ontwikkelen voor economievernieuwing in een bepaalde regio of provincie, in samenhang met de transitie naar een duurzame energiehuishouding. In de eerder genoemde studie in Noord-Holland is bijvoorbeeld gekeken naar datacenters, het offshore windcluster, Tata Steel, de bouw- en installatiebranche, de glastuinbouwclusters in Noord-Holland Noord en rond Aalsmeer, transport & logistiek, de haven Amsterdam en Schiphol. Zo ontstaat een overzicht van economische kansen en bedreigingen waar de provincie concreet mee aan de slag kan. Dit kan worden geïllustreerd met de bevindingen uit een aantal van de genoemde cases.

Datacenters

In combinatie met de AMS-IX internet exchange vormen verschillende datacenter-locaties een unieke sector binnen de provincie Noord-Holland. Het IT cluster in- en rond Amsterdam behoort tot de absolute wereldtop op het gebied van connectiviteit, met investeringen die jaarlijks met bijna 10 procent toenemen en werkgelegenheid voor 55.000 mensen.

Regionaal nadenken over de eigen strategie en rol

Energie (betrouwbaarheid en prijs) is een primaire asset voor de sector. De sector zet dan ook in op verduurzaming, door energiebesparing en het gebruik van groene stroom. Toch dreigt een energie mismatch, doordat de planning cyclus van (nieuwe) energienetwerken veel trager verloopt dan de investeringsdynamiek in de datacenter sector. Bovendien wordt de restwarmte van datacenters op dit moment niet of nauwelijks benut in andere sectoren, omdat de infrastructuur hiervoor ontbreekt. Voor de provincie ligt hier een grote uitdaging, samen met netbeheerders en de sector.

Glastuinbouw

De twee Greenports in Noord-Holland zorgen samen voor 7 mrd. aan productiewaarde en bijna 70.000 arbeidsplaatsen. Dit economisch belang gaat echter hand in hand met een forse energie footprint.  Samenwerkende ondernemers in Agriport A7 en rond de Greenport Aalsmeer behoorden bij de 200 grootverbruikers van gas die werden aangeschreven door minister Wiebes. Overschakelen op duurzame energie alternatieven heeft een grote impact op de businesscases van individuele tuinders. Waar veel glastuinbouw bedrijven nu op individueel niveau investeren in hun energie systemen, vragen veel duurzame oplossingen (bijvoorbeeld geothermie, CO2 leidingen) om collectieve keuzes en investeringen. De provincie kan hier een belangrijke rol spelen in de planning  en koppeling van projecten voor duurzame energie, de daarvoor benodigde energie-infrastructuur en grote glastuinbouwgebieden.

Haven Amsterdam

De haven Amsterdam, met 65.000 arbeidsplaatsen in het gehele Noordzeekanaal gebied, staat voor een majeure bijstelling van zijn businessmodel. Momenteel is de haven een koploper in fossiele brandstoffen (benzine, kolen). De komende twintig jaar volgt een geleidelijke transitie naar biomassa, circulaire procesindustrie en duurzame alternatieven als waterstof. Hiermee kan de haven ook een regionale hub voor duurzame energieproductie worden. Dit vraagt echter ruimtelijke reserveringen en investeringen in bovengrondse- en ondergrondse energie infrastructuur, terwijl tegelijkertijd de ruimtevraag voor woningbouw in het havengebied vanuit de stad Amsterdam toeneemt. De provincie zal hier een toekomstgerichte afweging van de (conflicterende) ruimteclaims moeten maken in de omgevingsvisie: Amsterdam kan immers geen CO2 neutrale stad worden, zonder de ontwikkeling van duurzame energieproductie in het havengebied!
De aanpak in de provincie Noord-Holland, die door de provincie momenteel wordt vertaald in de provinciale omgevingsvisie en economisch beleid, kan dienen als inspiratie voor andere provincies en regio’s – juist nu in het komend jaar de eigen strategie en rol met betrekking tot de energietransitie moeten worden bepaald. Een scherpe foto van de regionale economie, en het uitwerken van een specifiek handelingsperspectief voor belangrijke sectoren en clusters zijn daarbij belangrijke bouwstenen. De inzet is daarbij voor iedereen hetzelfde: van de energietransitie een positieve economische transitie maken!

Thema's

Meer weten over dit item?

Stel uw vraag aan onze expert

Ontvang nieuws van BCI